Op 24 februari gingen we Buurten bij De Buurvrouw in Rotterdam. We kwamen er met een groep mensen die allemaal op hun eigen manier bezig zijn met gemeenschappen. Michel Koreman, initiatiefnemer van De Buurvrouw, nam ons die middag mee in het verhaal van het bewonersbedrijf. In dit artikel krijg je een kleine indruk maar als je eens in de buurt bent, raden we het erg aan om ook eens langs te gaan en het voor jezelf te zien.
🌱 De Buurvrouw
De Buurvrouw is een bewonersbedrijf in Rotterdam Schiebroek. Het is een wijkgebouw én cultureel centrum tegelijk: er zijn 8 verhuurbare ruimtes, een petit café, een bakkerij en gemiddeld zo’n 70 optredens per jaar. De inkomsten uit verhuur, catering en dienstverlening gaan niet naar aandeelhouders maar terug naar de wijk, naar o.a. bewonersinitiatieven, begeleiding van bijzondere medewerkers en gratis culturele voorstellingen voor kwetsbare groepen. Alles wordt “zoveel mogelijk door bewoners” gedaan. Michel omschreef de aanpak kernachtig:
“Wat doe je? Zo min mogelijk. Mensen faciliteren zodat mensen zelf eigenaar zijn.”
Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt een bepaalde houding en ook bereidheid om los te laten. Bij elke vergadering staat er een lege stoel aan tafel. De vraag daarbij: “Wie missen we hier?” Het is een kleine gewoonte die iets groots zegt over hoe De Buurvrouw werkt.
💰 Financiering: op eigen benen staan
Een groot deel van de middag ging over geld en hoe je als bewonersbedrijf financieel gezond blijft zonder het hart van waarom je bestaat te verliezen. De Buurvrouw draait op een jaarlijkse omzet van 7,5 ton, gegenereerd via zaalverhuur, catering en dienstverlening. De gemeente speelt daar ook een deel aan bij. Met die inkomsten financiert het bewonersbedrijf ook bewonersinitiatieven in de wijk vanuit de eigen winst.
Michel maakt daarin een scherp onderscheid: fondsen zijn voor groei, niet voor het draaiende houden van de organisatie. Als een fonds wegvalt, valt de organisatie uit elkaar – en dat wil je voorkomen. Voor de dagelijkse exploitatie wil De Buurvrouw niet afhankelijk zijn van externe partijen. Dat geeft rust, maar vraagt ook om een ondernemende instelling.
“Als je ondernemer bent, blijf je scherp op verdiensten.”
De Buurvrouw maakt ook gebruik van ‘Right to challenge’. Dat is een constructie waarbij een partij kan aantonen dat zij een taak net zo goed of beter kan uitvoeren dan de bestaande aanbieder, en zo aanspraak maakt op een deel van publieke middelen. Voor bewonersbedrijven is dit een interessant instrument om serieus genomen te worden binnen het systeem.
🌳 Toekomstbestendigheid: beweging, niet gebouw
De vraag naar toekomstbestendigheid raakte aan iets wat we herkennen bij veel bewonersbedrijven: hoe zorg je dat een initiatief blijft bestaan als de mensen die het dragen veranderen? Michel was eerlijk over de kwetsbaarheid. De initiatiefnemer is de ‘achilleshiel’ van de organisatie. Als die wegvalt, is dat een groot probleem. Daar is geen makkelijk antwoord op maar het benoemen ervan is al een eerste stap. Daarnaast vertel Michel dat hij en zijn bestuur actief stappen aan het nemen zijn om toekomstbestendiger te worden door o.a. nog iemand bij de alledaagse werkzaamheden te betrekken en mee te doen aan een groei traject.
Meer omzet draaien is bewust geen doel. “Dan verliezen we de identiteit die we hebben.” Liever efficiënter werken, minder weggooien, slimmer omgaan met wat er is. En de ambitie om te groeien van wijkgebouw naar beweging, want een beweging heeft geen gebouw nodig om te bestaan. Die gedachte bleef hangen.
Dat sluit aan bij een bredere visie die door de middag heen steeds terugkwam: “Afschalen. Kijk naar wat er al is in de wijk en maak dat sterker.” Niet bouwen aan iets nieuws, maar versterken wat er al is. En dan: “Vertel je verhaal. Dan kom je de mensen tegen.” Zichtbaarheid is geen luxe, het is noodzaak.
Lokale producten in de spotlight
🪴 Casus: Van Appel tot Moes
Om het concreet te maken, namen we de casus Van Appel tot Moes. Een samenwerking met een boerin waarbij wat overblijft van de oogst naar de wijk gaat. Het doel is gezonde voeding, simpel, klein, behapbaar. In groepen gingen we zelf aan de slag: wat zijn de secundaire effecten van zo’n wijkmoestuin? Wat levert het nog meer op?
Aan jou ook de vraag: wat kan je zelf bedenken?
We kwamen zelf uit op sociale cohesie en verbinding, natuureducatie, tuintherapie, mentale gezondheid, een gevoel van veiligheid en een schonere buurt. De lijst groeide snel en daarmee ook de vraag: hoe meet je dit eigenlijk?
Dat is precies de uitdaging voor bewonersbedrijven. De impact is er, maar laat zich niet makkelijk vangen in een getal. Vandaar het advies van Michel: “Je moet het verhaal vertellen, het delen”. Niet wachten tot de impact bewezen is, maar nu al laten zien wat er groeit.
🪴 Wat nemen we mee?
We eindigden de middag aan tafel, waar we samen hebben gegeten en verder in gesprek gingen. Een mooi voorbeeld van hoe verbinding ook in het alledaagse zit wanneer je de ruimte hebt om even tot rust te komen.
Terugkijkend op deze middag zie je dat De Buurvrouw geen perfect plaatje is, Michel presenteerde het ook niet zo. Het is een bewonersbedrijf dat eerlijk is over zijn kwetsbaarheden, scherp is op geld, en tegelijk vasthoudt aan waar het voor staat: de wijk, de mensen, en het vertrouwen dat je verdient door er gewoon te zijn.
Het ABCD-principe – Asset Based Community Development – klinkt misschien als jargon, maar wat Michel ervan maakte was heel concreet: kijk naar wat er al is, versterk dat, en laat mensen zelf eigenaar zijn. Niet interventies van buitenaf, maar ruimte maken voor wat er al leeft. En misschien was dat wel de belangrijkste les van de middag: begin met iets heel simpels. Een moestuin. Een maaltijd. Een lege stoel aan tafel. De rest groeit vanzelf.